Ezelsbruggetjes voor wiskunde
-
SOSCASTOA
Handig voor berekeningen aan driehoeken:
Sin = Overstaande / Schuine (S.O.S)
Cos = Aangrenzende / Schuine (C.A.S)
Tan = Overstaande / Aangrenzende (T.O.A)Ingezonden voor wiskunde door: Marieke Veenendaal -
Berg of dalparabool
Als het vriest zit je op een berg en als het warm is zit je in een dal.
Een negatief getal (dus koud) voor kwadraat dan Bergparabool, een positief getal (dus warm) voor kwadraat dan DalparaboolIngezonden voor wiskunde door: Harald Dekker -
Delen door nul is ‘gelul’
Je kunt niet iets door niets delen! Dat is echt onzin!
Ingezonden voor wiskunde door: Erik van Vliet -
Kan het dametje met de centimeters meten?
Kan (k van km) Het (h van hm) DAMetje (dam) Met (m), De (de van dm)CENTIMETERS (cm) Meten (m van mm)?
Ingezonden voor wiskunde door: Mariska Ruijs -
Worteltrekken = 2 x dezelfde kies trekken
Worteltrekken is gewoon 2x dezelfde cijfer. Bijvoorbeeld de wortel van 25 = 5 x 5, dus 5! De wortel van 9 is 3 (3x3).
Ingezonden voor wiskunde door: M. van Adrichem -
Horizontaal of verticaal? Het streepje van H zit zo -!
bij de H van Horizontaal zit de streep in het midden zo -! Bij verticaal zit de streep zo | (wel wat schrever maar makkelijk te onthouden).
Ingezonden voor wiskunde door: Noortje -
Delen door zeven? Onthoud 14 28 57 even!
Iets gedeeld door 7 bevat altijd de zelfde volgorde van getallen achter de komma. Je moet alleen de eerste weten: de volgorde 142857.
1/7 = 0,14285714285714...
2/7 = 0, 285714285714...
3/7 = 0, 4285714285714...
4/7 = 0, 5714285714...
5/7 = 0, 714285714...
6/7 = 0, 85714285714...
Let op: het getal voor de komma moet je altijd wel zelf uitrekenen en je moet 3 getallen onthouden namelijk 14, 28 en 57.
Ingezonden voor wiskunde door: Ray van Kersen -
Kwadraat van getallen met een 5
Kwadraten van getallen zoals 25, 35, 55, 85,... kun je heel snel uitrekenen. Bijvoorbeeld 35, het eerste getal, de 3 vermenigvuldig je met het getal dat één hoger ligt, dat is 4, 3*4= 12 en je zet er altijd het getal 25 achter, dus het antwoordt is 1225. Nog een voorbeeld: 85, dus 8*9= 72, er 25 achter zetten is 7225.
Ingezonden voor wiskunde door: Henny Elschot -
Rekenen op een flatgebouw
Als je moeite hebt met optellen en aftrekken kun je aan een flatgebouw denken. Je bent op een etage en als je aftrekt dan ga je naar beneden en tel je op dan ga je omhoog. Zo maak je nooit de fout dat je bij 10 -2 + 3, 15 zegt. Doordat het flatgebouw rechtop staat kun je makkelijker visualiseren dat je optelt of aftrekt dan bij een gewone getallenrij.
Ingezonden voor wiskunde door: Arjan Buizert -
Delen door 3 of 9
Snel of een groot getal door 3 of 9 deelbaar is, tel dan alle cijfers steeds bij elkaar op totdat je een 1-cijferig getal overhoudt. Is dat getal deelbaar door of 9 dan is het grote getal dat ook.
voorbeeld:
418617 deelbaar door 9?
4+1+8+6+1+7=27
2+7=9
418617 is dus deelbaar door 9
163536 deelbaar door 9 en 3?
1+6+3+5+3+6=24
2+4=6
6 is niet deelbaar door 9, maar wel door 3, dus 163536 is wel deelbaar door 3 maar niet door 9.Ingezonden voor wiskunde door: T. Balfoort -
Dubbel zien?
Je kunt alle getallen tot 1000 maal 11 maal 13 maal 7 doen en dan komt dat getal er 2 x achter elkaar te staan! Dus bijv. 11 x 13 x 7 x 254=254.254
Ingezonden voor wiskunde door: Dick van der Meij -
noemer = oNder
In een breuk zit de Noemer oNder en de teller boven de breukstreep.
Ingezonden voor wiskunde door: Sarah -
Differentiëren: (nat-tan)/n-kwadraat
De afgeleide van een functie met een breuk:
(NoemerxAfgeleide Teller - TellerxAfgeleide Noemer)/noemer in het kwadraat.
Ingezonden voor wiskunde door: Sarah -
Horizontaal komt van horizon
Om het verschil tussen horizontaal en verticaal te onthouden, kun je aan de horizon denken, de streep tussen land en lucht die van links naar rechts loopt!
Ingezonden voor wiskunde door: Rob -
Cirkel: omtrek of oppervlakte?
De omtrek is 2.pi.r, de oppervlakte is pi.r kwadraat. Als er 1 r in voor komt, is het dus in meters en dus lengte. Als er r-kwadraat in voor komt, is het vierkante meters, dus oppervlakte!
Ingezonden voor wiskunde door: Rob -
Rekentruucje!
25x25= 2x(2+1=)3 =6
5x5=25 dus 6 25
85x85=8x(8+1=)9 = 72
5x5=25. dus 72 25
ook bij 15x15,35x35,45x45,etc.
dus ALTIJD 1 erbij tellen!!!!!Ingezonden voor wiskunde door: Hans Roelofsen -
Kwadraten
Om het kwadraat snel uit te rekenen, is er een truucje:
Het kwadraat van 30 = 900.
Het kwadraat van 31 = 30+31+900=961
Het kwadraat van 32 = 32+31+961= 1024
Het kwadraat 51 = 51+50+2500=2601
Het kwadraat 52 = 52+51+2601=2704
Ingezonden voor wiskunde door: Daniël Huisman -
Eerst de gang door, dan de trap op!
Om te weten welk getal je bij co-ordinaten eerst moet zetten: ga eerst naar rechts of links en dan naar boven of beneden!
Ingezonden voor wiskunde door: Inez
